februari 11, 2026

Voor het onderzoek hebben wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam miljoenen teksten tussen 2014 en 2024 geanalyseerd. Het is voor het eerst dat wetenschappers een verband leggen tussen discriminerende uitspraken in de Tweede Kamer en onlinediscriminatie.

Toespraken van Kamerleden

Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Die staatscommissie bestaat sinds 2022 en onderzoekt en geeft advies over discriminatie en racisme in Nederland.

Voor het onderzoek werden toespraken en interrupties van Tweede Kamerleden geanalyseerd. Vervolgens werd gekeken naar artikelen in nationale kranten en YouTube-reacties onder de kanalen van Nederlandse media. Patronen in de tijd werden vervolgens goed zichtbaar, stellen de wetenschappers. 

Moslims en joden

Wat blijkt? De uitspraken van de Tweede Kamerleden hebben een ‘aanjagende werking’, schrijft de commissie in het rapport: “Wanneer zij vaker, negatiever of discriminerend over bevolkingsgroepen spreken, volgen in de periode daarna vergelijkbare uitingen op met name sociale media.”

Het effect is het sterkst bij racisme en discriminatie tegen moslims en joden. Bij bijvoorbeeld discriminatie tegen vrouwen of lhbti+-mensen is het effect minder groot.

De staatscommissie denkt dat er een risico is op een ‘neerwaartse spiraal waarin discriminerende taal steeds ‘normaler’ wordt’ en vindt dat zorgelijk.

“Politici, journalisten, sociale mediaplatforms en gebruikers daarvan dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een publiek debat dat volgens principes van gelijkwaardigheid wordt gevoerd”, stelt commissievoorzitter Joyce Sylvester.

‘Diep verankerd probleem’

De commissie noemt discriminatie ‘een diep verankerd en een wijdverspreid probleem binnen de Nederlandse samenleving’ dat bovendien door ‘steeds meer mensen wordt ervaren’.